Tentoonstellingen
Laatste week: de wooncrisis in Museum Het Schip
Geen eigen huis: Wonen in crisis is nog tot en met zondag 11 oktober te zien. De tentoonstelling staat in een gebouw dat zelf deel uitmaakt van de geschiedenis van de volkshuisvesting.

Een tijdlijn, protestposters en het werk van Carlijn Kingma brengen verschillende kanten van wonen bij elkaar. Museum Het Schip opende Geen eigen huis: Wonen in crisis op 14 augustus 2026. De tentoonstelling is nog te zien tot en met zondag 11 oktober.
De tijdlijn behandelt onder meer de groei van steden en de rol van corporaties. Verder toont het museum hoe slechte woningen en conflicten rond kraken in deze geschiedenis passen. Ook de situatie van mensen zonder huis, verzet en pogingen om woonruimte te vinden behoren tot het onderwerp. Kunstwerken en archiefbeelden verbinden de geschiedenis met vragen over de huidige woningcrisis.
Het woonstelsel in beeld
Een van de werken is De Machinerie van de Volkshuisvesting van Carlijn Kingma. Het museum gebruikt het om de samenhang van het woonstelsel zichtbaar te maken. De tentoonstelling onderzoekt zowel oorzaken als mogelijke oplossingen uit verschillende perioden.
Voor het programma zoekt het museum verschillende partners op. Mensen die woningen ontwerpen en beheren werken eraan mee, evenals kunstenaars en mensen die een pand kraken of zelf geen huis hebben. Architect Mimi Oldenhave Metz werkte daarnaast met Nul20 en Museum Het Schip aan een podcast. Het museum vermeldt 17 september als de datum waarop de eerste aflevering verscheen.
Een woonblok van Michel de Klerk
Het gebouw vormt een concreet vervolg op het onderwerp. Architect Michel de Klerk ontwierp het complex voor woningbouwvereniging Eigen Haard. Volgens de museumpublicatie Een kunstwerk van baksteen werd het tussen 1919 en 1921 gebouwd, met 102 woningen, een postkantoor en een kleuterschool.
Het museum zelf is gevestigd in het voormalige schoolgebouw. In Verbeelde idealen, de vaste tentoonstelling, komen de woningbouwverenigingen aan bod. Ook de Amsterdamse School krijgt er aandacht. De naam verwijst naar een stad, maar volgens het museum is de stroming overal in Nederland te vinden.

Zo liggen verschillende onderdelen van het bezoek naast elkaar: een tijdelijke tentoonstelling over de wooncrisis, een vaste presentatie over de idealen achter woningbouw en een wooncomplex waarin die idealen een gebouw werden. De vormen en materialen geven het onderwerp een plaats buiten de tijdlijn in de zaal.
Baksteen, deuren en een woning onder een torentje
Bij de restauratie van 2015 tot 2018 is veel onderzoek gedaan naar het oorspronkelijke uiterlijk. Bij de voordeuren keerde de oorspronkelijke kleur terug: het Zaanse groen, dat volgens de museumpublicatie door De Klerk was gekozen. In het boek komen ook baksteen, glas-in-lood en bijzondere onderdelen van het complex aan bod.
Een van die details is het torentje boven een woning. In de woning, tegenwoordig onderdeel van het museum, laat de inrichting zien hoe een arbeidersgezin in de jaren twintig kon wonen. Tijdens de rondleiding zie je naast dit interieur het vroegere postkantoor en de krotwoning in de binnentuin. Je ziet er hoe een woning werd gebruikt; de tentoonstelling laat daarnaast de grotere woonvraagstukken zien.
Praktisch
Museum Het Schip ligt aan Oostzaanstraat 45, 1013 WG Amsterdam. Reguliere opening: dinsdag tot en met zondag, 11.00–17.00 uur; maandag gesloten. Het gewone entreeticket kost volgens de bezoekpagina €17,50 en geeft toegang tot de tentoonstellingen. Met Museumkaart is die toegang gratis.
Een rondleiding door de krotwoning, het postkantoor en de museumwoning kost €2,00 extra, ook bij toegang met Museumkaart. De eerste tocht begint om 12.00 uur; daarna vertrekt elk heel uur een gids, tot en met 16.00 uur. Het vertrek om 15.00 uur is voor de Engelstalige rondleiding. Het museum is rolstoeltoegankelijk, de museumwoning gedeeltelijk.
Gegevens gecontroleerd op 4 oktober 2026. Dit laatste-weekstuk geldt tot en met 11 oktober; controleer de actuele bezoekinformatie voor vertrek.
Bronnen en beeldverantwoording ↗