Van Gogh schilderde De slaapkamer in Arles in oktober 1888. Het Van Gogh Museum bewaart de versie waarin de meubels stevig omlijnd zijn, de planken van de vloer op je aflopen en de muren als koeltevlakken staan. Hij schreef Theo dat hij rust in de kleur zocht: eenvoudige voorwerpen, geen schaduwspel dat het bed laat wegzakken. Wat je ziet, is die inzet. De lijnen sluiten de vormen. Het bed is te groot voor de achterwand. De stoelen staan als uithangborden.
Juist dat maakt van een huurkamer een beeld. Tel de spaties: tussen bed en wastafel, tussen de twee stoelen, tussen raam en de muur erachter. Elke ruimte is een vlak met een eigen kleur. De kamer is een stel beslissingen: wat weglaten, wat verdikken, wat tegen de rand zetten. Je hoeft het Gele Huis niet te reconstrueren om te zien welk meubel het eerst naar voren komt. Meestal is dat het bed, omdat de lijnen samenkomen waar het hoofdeinde de muur raakt.

Vergelijk de twee stoelen. Zelfde functie, niet dezelfde grootte in het vlak. De ene is een zitplaats. De andere is een gewicht dat de rechterkant op zijn plek houdt.




