Het Van Gogh Museum bewaart honderden Japanse prenten die Vincent en Theo verzamelden. Vincent zette motieven van onder meer Hiroshige om in olieverf. Wat hem trok, schreef hij zelf: heldere contour, grote kleurvelden, weinig schaduw. Dat is zijn leeswijze van díé bladen. Een winkel vol houtsneden is geen enkele truc. Sommige prenten laten een weg verkorten of Fuji klein in de verte staan. Andere drukken een bloesemtak plat tegen het papier, bijna zonder grondvlak.

Kijk dus alleen naar het blad dat voor je hangt. Spatregen op een brug kan diepte suggereren met diagonalen en een verschiet. Een golf of een tak kan de ruimte juist dichtrijden tot een patroon. Van Gogh leende wat hij nodig had: een harde rand, een ongemengde baan, een motief dat tot de lijst doorloopt. De map in Parijs verklaart hoe de prenten in huis kwamen. Het schilderij ernaast laat zien welke les hij die week pakte.

Utagawa Hiroshige, Plotselinge regenbui boven de Shin-Ōhashibrug en Atake, 1857.
Bij het werk

Utagawa Hiroshige, Plotselinge regenbui boven de Shin-Ōhashibrug en Atake, 1857.

Eindigt het motief abrupt, dan is het blad een knip. Loopt een weg het kader uit, dan is er ruimte achter het papier. Beide soorten hingen in dezelfde collectie.