Mary Cassatt schilderde The Child’s Bath in 1893. Het Art Institute of Chicago toont de olieverf: een vrouw in gestreept gewaad, een kind op haar schoot, een ronde teil op de vloer. Het water is een ovaal van licht tussen hen in. Cassatt zet de scène hoog op, bijna van bovenaf, zodat schoot, arm en kom één cirkel vormen. De wasbeurt is geen anekdote. Het is een veld van patronen: strepen van de jurk, ruiten van de vloer, natte huid.
De kom staat op de vloer, zwaar genoeg om het kind naar voren te laten leunen. Die zwaarte maakt de tederheid concreet. Handen houden een voet, een knie, een schouder. Als er een doek in beeld is, ligt die in het werk van de handen, niet als los attribuut. Kijk naar de scheiding tussen de gestreepte stof en de blote rug. Daar stopt het huiselijk patroon en begint het lichaam.

Zelfportret van Mary Cassatt.
Volg de blik van de vrouw naar de voeten in het water. De hele compositie hangt aan die korte afstand.



