De zaaier in het Kröller-Müller Museum, olieverf op doek, 64,2 × 80,3 cm, ontstond circa 17–28 juni 1888 in Arles. Van Gogh kende Millets zaaier van 1850 en had die tientallen keren getekend. In Arles wilde hij een nieuwe versie: geen donkergrijs veld, maar stralende kleur en hevig contrast. De aandacht valt op de aardkluiten, dik opgezet in blauwviolet en oranje, bijna als reliëf. De zon hangt als een schijf van energie boven de zwaai van de arm.
Wat opvalt: achter de man die zaait, staat nog rijp koren. Op hetzelfde doek zitten twee momenten van het land. Het museum leest daarin de cyclus van natuur en leven, en noteert ook een religieuze laag: de zaaier op het veld als beeld voor de zaaier van het woord. Die tweede laag is een duiding die bij het motief hoort, geen extra scène die je in de verf kunt aanwijzen. Eerst is er het gebaar. Daarna de echo.

Vincent van Gogh, De zaaier naar Millet, Saint-Rémy, 1889. Een latere versie ter vergelijking met het schilderij van juni 1888.
Achter deze zaaier van juni 1888 laat Van Gogh het rijpe koren staan, op hetzelfde doek als het omgeploegde land.
Dek de zon af. Blijft de arm leesbaar, dan draagt de figuur het beeld. Dek het koren af. Wordt zaaien dan alleen werk, zonder de tweede tijd in het veld?


