Rembrandt van Rijn schilderde dit zelfportret in 1659. Het hangt in de National Gallery of Art in Washington: de schilder in donkere jas, muts op het hoofd, het gezicht opgebouwd uit warme en koele bruintinten. Het licht komt van links en blijft hangen in de wallen onder de ogen, in de plooi bij de mond, in de rand van de muts. Later is vernis weggehaald; sommige partijen oogden daarna nuchterder, minder goudgeel. Wat je ziet, is een kop die gewicht heeft.

Een zelfportret is geen dagboekpagina. Het is een oefening in kijken naar een gezicht dat toevallig het zijne is. De rimpel bij de mondhoek is verf. De blik is twee donkere kassen onder een voorhoofd. Je hoeft niet te beslissen of hij moe, trots of berouwvol is. Die woorden voegen een roman toe die het doek niet prijsgeeft. Blijf bij de overgang van wang naar baard, waar de toets grover wordt.

Rembrandt van Rijn, De Nachtwacht, 1642. Rijksmuseum, Amsterdam.
Beeld, bijschrift & herkomst ↗

Kom dichtbij tot de muts een veld van korte streken is. Stap terug tot het een hoofddeksel wordt. Tussenin zit het portret.