Rembrandt schilderde in 1642 het groepsportret van de kloveniers onder kapitein Frans Banninck Cocq, voor de Kloveniersdoelen in Amsterdam. Het Rijksmuseum noemt het zijn grootste doek: olie op doek, ruim drie bij viereneenhalve meter. Cocq, in het zwart, geeft zijn luitenant opdracht de compagnie in beweging te zetten. Mannen zoeken hun plaats. Een meisje in het licht is de mascotte van het gilde. Rembrandt was de eerste die een schuttersstuk zo vol actie zette: geen rij keurige borstbeelden, maar een moment waarop iemand net iets zegt en een ander net iets doet.

Dat het later Nachtwacht ging heten, komt door de donkere vernis en de roep van het doek, niet omdat hier een nachtelijke overval staat. Overdag oefenden burgers als schutterij; het schilderij hoorde in een zaal waar diezelfde mannen samenkwamen. Licht valt op een hand, een kraag, een kind. De rest mag terugtreden. Beweging ontstaat doordat niet iedereen tegelijk klaar is. Kijk naar de richting van de pieken en naar wie nog met zijn geweer bezig is. Daar zit de mars, nog voor de eerste stap buiten het kader.

Historische kopie van De Nachtwacht, met hulplijnen die het latere bijgesneden formaat aangeven.
Beeld, bijschrift & herkomst ↗

Ga eerst op afstand staan tot de compagnie één wolk is. Kom dichterbij tot je alleen de hand van de kapitein volgt. Tussen die twee standpunten gebeurt het schilderij.

Zelfportret van Rembrandt van Rijn.
Bij het werk

Zelfportret van Rembrandt van Rijn.

Weetje bij dit verhaal

Rembrandt zette als eerste de schutters neer terwijl ze in actie komen, niet in een stille rij.