In 196 v.Chr. liet een priesterraad een decreet beitelen over de dertienjarige Ptolemaeus V. De Steen van Rosetta, een fragment van grijs-roze granodioriet, bewaart daarvan drie blokken: hiërogliefen, Demotisch en Grieks. Hiëroglief paste bij de tempel. Demotisch was het lopende Egyptische schrift van alledag. Grieks was de taal van het bestuur. Dezelfde boodschap, drie lezers. Soldaten van Napoleon vonden de steen in 1799 bij Fort Saint Julien bij el-Rashid, waar hij als bouwmateriaal lag.

Na de vierde eeuw verdween de kennis van hiërogliefen. In de vroege negentiende eeuw werd de Griekse kolom de bekende tekst waarmee de andere twee konden worden vergeleken. Thomas Young zag dat sommige tekens klanken van de naam Ptolemaeus schreven. Jean-François Champollion begreep dat het schrift méér deed dan namen spellen: het kon de Egyptische taal vastleggen, met klanktekens én beeldtekens door elkaar. Overlap tussen de kolommen maakt vergelijken mogelijk. Eén versie alleen vraagt meer giswerk, maar is daarmee nog geen raadsel zonder houvast.

Achterzijde van de Steen van Rosetta in het British Museum.
Beeld, bijschrift & herkomst ↗

Kijk naar de steen als een stapel publieken. Boven de formele tempeltaal, midden het dagelijkse Egyptisch, onder het bestuurlijke Grieks. De breuk aan de bovenkant herinnert dat dit een fragment is. De sleutel werkt omdat voldoende tekst in alle drie de registers overblijft.