Eise Eisinga, wolkammer in Franeker, begon in 1774 in zijn huis aan een bewegend model van het zonnestelsel zoals men dat toen kende. In 1781 was het klaar: zon, maan, aarde en de vijf bekende planeten — Mercurius tot Saturnus — op schaal, ingebouwd in plafond en zuidwand van de woonkamer. Datzelfde jaar 1781 vond William Herschel Uranus; die planeet zit dus niet in het oorspronkelijke raderwerk. UNESCO noemt het het oudste nog werkende planetarium in deze vorm. Je staat in een kamer. Boven je hoofd tikken de afstanden.

Het huis dateert van 1768. Eisinga gebruikte de ruimte eronder als uitlegplek, precies zoals een modern planetarium een zaal onder de koepel heeft. Het raderwerk is bijna onafgebroken in bedrijf gebleven. Reparaties waren nodig; het principe bleef. Kijk omhoog naar de gouden bollen en naar de cijfers langs de rand. Dat is geen sterrenhemel om onder te liggen. Het is een klok van banen, bedoeld om staand te volgen: waar staat Jupiter deze week, hoe ver is de aarde.

Eise Eisinga Planetarium, Franeker, tweede gezichtspunt.
Beeld, bijschrift & herkomst ↗

Volg één planeet een stukje langs zijn ring. De traagheid daarvan is de les: afstanden zijn tijd.