Romeinse vloermozaïeken sierden eetzalen, baden en villa’s. Tesserae — kleine steentjes, soms glas — vormen toon. Van dichtbij is het raster. Van ver een figuur. Het Getty Museum beschrijft hoe zulke vloeren in ontvangstruimten rijkdom en smaak lieten zien. J. Paul Getty kocht in 1949 een Gallo-Romeinse vloer met Orpheus en dieren. Mozaïek bestaat ook op wanden; dit verhaal houdt het bij de vloer, omdat die je dwingt te bewegen. Een drempelpaneel waarschuwt of verwelkomt. Een medaillon in het midden van een eetkamer is bedoeld voor wie aanligt en schuin kijkt.

Lopen is lezen. Voegen vangen vuil. Glans nu is geen betrouwbare kaart van oude looproutes; latere slijtage, was en museumlicht mengen zich. Wat wél blijft, is de logica van het patroon: rand, veld, scène. Een vloer is geen tapijt dat je oprolt zonder litteken. In een museumzaal wordt het fragment weer beeld. De oorspronkelijke opdracht was horizontaal.

Mozaïek in het archeologisch museum van Sousse.
Bij het werk

Mozaïek in het archeologisch museum van Sousse.

Ga in gedachten twee meter opzij. Wat van de scène overblijft, is wat een gast zag vanaf zijn plaats.