Verlorenwasgieten is oud. Een model in was wordt omhuld, de was smelt weg, in de holte komt brons: koper met tin en beetjes andere metalen. Getty laat dat zien aan de hand van de Apollo uit Pompeii: wasmodel, kanalen, vuurvaste jas, bronzen gietstuk in delen. Niet elk brons is zo gemaakt. Er werd ook in stenen of zandvormen gegoten. Indirect gieten — een mal naar een model, waaruit nieuwe wasmodellen komen — bestaat eveneens al in de oudheid; in de zestiende eeuw werd het in Europa opnieuw verfijnd voor reeksen. Kanalen van wasstaafjes worden gietwegen. Na afkoelen verdwijnt de kern. Naden, gietfouten en nabewerking blijven leesbaar.

Daarom is het brons een eindstation. Beitelsporen op het metaal zijn koud werk ná het gieten. Een gladde rand kan betekenen dat een wasmodel is opgesneden om in delen te gieten. Holle beelden zijn lichter. Technische richtlijnen van Getty vragen naar legering, gebreken, oppervlakte en latere ingrepen. Zonder die sporen blijft het beeld een silhouet.

Kleine gietstukken in de vorm van een hond, met nog zichtbare gietkanalen.
Beeld, bijschrift & herkomst ↗

Zoek een naad of een kernopening. Daar begint het beeld als techniek.