The Met omschrijft etsen als diepdruk: lijnen in een metalen plaat, gegeten door zuur, gevuld met inkt, afgeslagen op papier. De plaat krijgt eerst een wasgrond. De naald legt metaal bloot. Zuur bijt alleen daar. Langer bijten geeft diepere groeven. Delen afdekken en opnieuw bijten levert grijstinten. Daarna komt de inkt. De prenter veegt de plaat schoon tot de inkt alleen in de groeven zit. Het vel gaat door de pers. Het resultaat is vaak gespiegeld.

Daarom bestaan er staten. Een kunstenaar kan de plaat bijwerken en opnieuw drukken. Vroege drukken zijn vaak scherper; later slijt de rand. Oplage is geen kopieermachine. Papier, inkt, hoe schoon de plaat is afgeveegd en de vermoeidheid van het metaal maken elk vel iets anders. Een donkere afdruk bewijst dus niet automatisch een jonge plaat. Soms is er simpelweg meer inkt blijven zitten. The Met verzamelt zowel topafdrukken als vluchtige prenten, omdat herhaling tot de techniek behoort.

Bakken voor het etsen van koperen drukplaten.
Beeld, bijschrift & herkomst ↗

Kijk naar de plaatrand, het reliëf van de lijn, de kleur van het papier. Als twee vellen van dezelfde voorstelling naast elkaar hangen, is het verschil de les. De voorstelling is gedeeld. Het object is het vel.